Gerechtelijke dossiers nazikopstukken in België digitaal raadpleegbaar op het CEGESOMA

Eind 2005 ging het CEGESOMA in het kader van het grote digitaliseringsproject van de federale wetenschappelijke instellingen (FWI) van start met de ontsluiting en de digitalisering van de gerechtelijke dossiers met betrekking tot de vervolging van een aantal belangrijke vertegenwoordigers van het Duitse bezettingsbestuur. Nu het project volledig afgerond is, kunnen de inventaris en de digitale beelden geraadpleegd worden in de leeszaal van het CEGESOMA. Omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen de stukken niet op het web worden gezet.

In april 2004 keurde de ministerraad een tienjarenplan goed met betrekking tot de digitalisering van het wetenschappelijke en culturele patrimonium van de federale instellingen. In een eerste fase (2005-2010) besteedde de POD Wetenschapsbeleid 15,1 miljoen euro aan 9 verschillende digitaliseringsprojecten. Als onderdeel van een van die projecten digitaliseerde het CEGESOMA naoorlogse gerechtelijke onderzoeksdossiers (1947-1951) tegen een aantal verantwoordelijken van het militaire bezettingsbestuur. De keuze viel daarop omdat ze een geprivilegieerde inkijk verschaffen in de functionering en de doelstellingen van het Duitse bezettingsbestuur. Het CEGESOMA had in de jaren 70 fotokopieën verworven van dergelijke dossiers, meer bepaald de (onvolledige) kopieën gemaakt voor de advocaten van de beschuldigden. Omdat de dossiers van het krijgsauditoraat bewaard in het Brusselse justitiepaleis vollediger zijn en ook de procesdossiers omvatten, werd uiteindelijk beslist die te digitaliseren.

 

Alexander von Falkenhausen, als bevelhebber van het Duitse militaire bestuur voor België en Noord-Frankrijk tijdens de bezetting. (Foto Cegesoma, nr 81.561)
Alexander von Falkenhausen, als bevelhebber van het Duitse militaire bestuur voor België en Noord-Frankrijk tijdens de bezetting. (Foto Cegesoma, nr 81.561)

Het geheel bestaat uit de documenten gevormd in het kader van:
• het gerechtelijk onderzoek van het auditoraat-generaal tegen Karl Constantin Canaris (hoofd Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst (Sipo-SD) in België en Noord-Frankrijk);
• het proces tegen Karl Constantin Canaris voor de krijgsraad te Brussel;
• het gerechtelijk onderzoek van het krijgsauditoraat te Luik tegen Alexander von Falkenhausen (Militärbefehlshaber van België en Noord-Frankrijk), Eggert Hans Reeder (Militärverwaltungschef van België en Noord-Frankrijk);
• het gerechtelijk onderzoek van het krijgsauditoraat te Luik tegen George Franz Bertram (Oberfeldkommandant Luik);
• het gerechtelijk onderzoek van het krijgsauditoraat te Luik tegen Bernhardt von Claer (Oberfeldkommandant Luik);
• het proces tegen tegen Alexander von Falkenhausen, Eggert Hans Reeder, George Franz Bertram en Bernhardt von Claer voor de krijgsraad van Brabant;
• het gerechtelijk onderzoek van het krijgsauditoraat te Brussel tegen Karl Theodor Moskopf (sinds de zomer van 1944 leider van het Ersatzkommando Wallonien der Waffen-SS).

 

Staat met foto's betreffende de gezondheidstoestand van zes Breendonksgevangenen, [1942]. (Cegesoma, Archief van het gerechtelijk onderzoek tegen Karl Constantin Canaris, AA 2146/1145)
Staat met foto's betreffende de gezondheidstoestand van zes Breendonksgevangenen, [1942]. (Cegesoma, Archief van het gerechtelijk onderzoek tegen Karl Constantin Canaris, AA 2146/1145)
Ze hebben voornamelijk betrekking op de werking van Militärverwaltung en Sipo-SD, en de verhoudingen tussen beide, de represaillemaatregelen en de gijzelaars, de verplichte tewerkstelling, de deportatie van de Joden, het kamp van Breendonk, de Sicherheitshaft (preventieve aanhouding) en de verschärfte Vernehmung (verhoor met foltering). Von Falkenhausen en Reeder werden op 9 maart 1951 veroordeeld tot 12 jaar dwangarbeid voor onder meer het terechtstellen van gijzelaars en het deporteren van Joden. Bertram kreeg 10 jaar gevangenisstraf voor zijn betrokkenheid bij de terechtstelling van gijzelaars. Von Claer werd vrijgesproken. Canaris werd in augustus 1951 tot 20 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor het terechtstellen van gijzelaars en het folteren van gevangenen in Breendonk. De zaak tegen Moskopf werd bij gebrek aan bewijs geseponeerd.

 

Eerst werden de dossiers beschreven, de oude toegangen in tabelvorm waren immers te beknopt en te weinig precies. Met het oog op de digitalisering, het toekennen van de nodige metadata en gezien het belang van de documenten gebeurde dat stuksgewijs. De volgende elementen werden in de beschrijving opgenomen: het nummer, de redactionele vorm, de inhoudsomschrijving en de datering. In totaal werden een kleine 7.000 stuksbeschrijvingen gemaakt. De administratieve stukken en de processtukken werden beschreven op het niveau van het archiefbestanddeel. Vervolgens was het de beurt aan de digitalisering, die uiteen viel in de materiële voorbereiding, de eigenlijke scanning en de kwaliteitscontrole. Het volledige proces gebeurde intern, wat als grote voordeel had dat foutieve scans en andere problemen relatief snel verholpen of bijgestuurd konden worden. Gezien de grote kwalitatieve verschillen tussen de stukken en de vele handgeschreven documenten werd beslist er geen optische tekenherkenning (OCR) op toe te passen. Tot slot werden de in totaal bijna 36.500 beelden gekoppeld aan de beschrijvingen in het geïntegreerd ontsluitings- en beheerssysteem Pallas en in dat programma ingeladen.

 

Dat alles vergde een flinke tijdsinvestering, maar nu de hele operatie definitief is afgerond kunnen de full text doorzoekbare inventarissen en de eraan gekoppelde beelden eindelijk door het grote publiek geraadpleegd worden in de leeszaal van het CEGESOMA. Omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen we de documenten niet online plaatsen. Het is wel mogelijk de via EAD gegenereerde inventaris(sen) te verkrijgen, mits daartoe een gemotiveerde e-mail gericht wordt aan Gerd De Coster of Dirk Martin.

 

Gerd De Coster

 5 / 3 / 2012

 

  Terug