PDF Afdrukken E-mail

Het Studiecentrum Oorlog en Maatschappij (CEGESOMA) wordt in zijn bestaan bedreigd

Wij hebben, in het licht van het uitzonderlijke van de situatie, besloten u de Inleiding bij het Berichtenblad dat pas volgende maand verschijnt reeds nu door te sturen. Onze directeur Rudi Van Doorslaer slaakt een noodkreet bij de blinde besparingen die de federale wetenschappelijke instellingen en in het bijzonder het CegeSoma treffen. Maar er zit ook een oproep in vervat aan staatssecretaris Elke Sleurs om tot een dialoog te komen. Het gaat om het voortbestaan van de instelling.

Dit nummer van het Berichtenblad zal het laatste zijn dat u in gedrukte versie ontvangt. Dit is één van de onvermijdelijke gevolgen van de drastische besparing die ook het CEGESOMA bij beslissing van de ministerraad op 15 oktober 2014 heeft opgelegd gekregen. Velen onder u zullen ondertussen wel uit de pers hebben vernomen hoezeer deze maatregelen de federale wetenschappelijke instellingen hebben getroffen. Over de andere maatregelen die het CEGESOMA verplicht is te nemen zal ik het hier niet uitvoerig hebben. Laat mij enkel melden dat het wetenschappelijke tijdschrift dat onze instelling reeds van bij zijn ontstaan in 1969 onafgebroken publiceert, en dat enkele jaren geleden met een ander prestigieus tijdschrift is gefuseerd, eveneens gedwongen wordt zijn papieren uitgave stop te zetten. Pittig detail: in dat tijdschrift publiceerde Bart De Wever, toen assistent aan de KU Leuven, in 1997 één van zijn eerste wetenschappelijke artikelen in een themanummer over … nationalisme.

 

Laat mij veeleer tot de essentie komen. Wat vooral te betreuren valt in deze besparingspolitiek is het lineaire karakter ervan. De wetenschappelijke instellingen beoefenen geen seriële activiteiten zoals in vele, wellicht de meeste federale overheidsdiensten het geval is. Zo goed als alles in zowel onze onderzoeks- en documentatiecentra als in onze museale instellingen is maatwerk. Maatwerk noodzaakt specialisatie en dus kwalitatieve activiteit. Daarin lineair snijden, in de zin van 4% op loonkosten en 20 % op werking in 2015 (dat is overmorgen!), kan alleen maar kortzichtig worden genoemd en leidt ertoe dat op één jaar wordt afgebroken wat in generaties is opgebouwd. Is dit het imago dat men in Europa wil geven over de wijze waarop de overheid in België omgaat met het wetenschappelijk onderzoek? Wanneer we het Regeerakkoord erop nakijken betoogt de regering dat ze de wetenschappelijke instellingen wenst te moderniseren en efficiënter te maken. De besparingen vertellen ons echter een ander verhaal. Het is dus legitiem de vraag te stellen: is dit programma in het Regeerakkoord maar schone schijn en zit er een adder onder het gras die op termijn de ontmanteling van die instellingen beoogt? Het is aan de regering om aan te tonen dat dit niet het ware scenario is.

 

Want, opdat er geen onduidelijkheid zou blijven hangen over de gevolgen van deze draconische ingreep: na 2015 volgt er tot 2019 een verdere besparing van 2% jaarlijks, wat de totale besparingen op lonen op 12% brengt. In 2015 zullen alle reserves van het CEGESOMA zijn uitgeput en kan er enkel nog personeel worden ontslagen. Alleen zijn er ook nog de wettelijk voorziene ontslagvergoedingen die in het geval van mijn instelling bijna allemaal het jaarsalaris overschrijden. Alle andere wetenschappelijke medewerkers hebben projectcontracten van beperkte duur en worden op één of andere wijze extern gefinancierd. Hoe dit alles bijgevolg in 2015 tot besparing kan leiden verneem ik graag van de politieke verantwoordelijken van Begroting of van Wetenschapsbeleid. Er wordt, zoals reeds gezegd, met een kaasschaaf gewerkt zonder rekening te houden met de specificiteit van de Federale Wetenschappelijke Instellingen (FWI) en in het bijzonder van het CEGESOMA. Het CEGESOMA heeft daarenboven dit bijzonder kenmerk, wat het onderscheidt van de andere FWI, dat er geen enkele ambtenaar tewerkgesteld is maar enkel werknemers met een arbeidscontract.

 

In ieder geval zullen deze ontslagen slechts een romp overlaten van wat in de instelling in meerdere decennia werd opgebouwd. Dan blijft er in dit land met zijn “culturele tweestroom” geen Belgisch wetenschappelijk kenniscentrum meer over dat zich specialiseert in de geschiedenis van donkere decennia van de vorige eeuw. Dan is er geen onderzoekscentrum meer dat op vraag van regering en Senaat onderzoekt hoe het zat met de medewerking van de Belgische overheden aan de Jodenvervolging tijdens de bezetting. Dan is er geen instelling meer die over de belangrijkste politieke moord die in dit land werd gepleegd, deze op de communistische voorman Julien Lahaut, de onderste steen boven haalt en het structureel disfunctioneren van het elitekorps van de Belgische politie en van onderdelen van de magistratuur blootlegt (ter publicatie in het voorjaar van 2015). Dan is er geen instelling meer die de professionele historici van de hedendaagse tijd van de twee gemeenschappen samenbrengt in een permanente dialoog.

 

Wie dit doemscenario genegen is moet deze maatregelen maar onverkort uitvoeren. Maar dan moet hij of zij ook niet verbaasd zijn dat velen daarin een andere, politieke agenda zullen zien. Als de politieke verantwoordelijken van de nieuwe meerderheid dit echter niet wensen, als dit niet het scenario is dat zij voor ogen hadden, dan moeten zij met de verantwoordelijken van de FWI aan tafel gaan zitten om tot werkbare oplossingen te komen.

 

De volgende vraag stelt zich dus, voor wat het CEGESOMA betreft, in de nabije toekomst in alle klaarheid: wenst het federale niveau een expertisecentrum rond contemporaine geschiedenis met een internationale wetenschappelijke reputatie en een groeiende culturele uitstraling levenskansen te geven en bijgevolg op een stabiele manier te financieren? De nieuwe regering belooft in haar Regeerakkoord om de subsidietoelagen aan de instellingen te evalueren en tegen medio 2015 opnieuw te implementeren. Ik kan enkel de hoop uitspreken dat bij die gelegenheid een oplossing gevonden wordt, niet alleen voor het terugschroeven van deze ongezien drastische besparingen maar tevens voor deze structurele onder-financiering van de personeelstoelagen die de ruggengraat vormen van het CEGESOMA.

 

Rudi Van Doorslaer

Directeur

23 oktober 2014

 

 

 

  Terug