PDF Afdrukken E-mail

Open brief - Is het geheugen van ons land in gevaar?

De nieuwe regering die deze maand is aangetreden, kan in vele opzichten vernieuwend worden genoemd. Maar of nieuw altijd beter is valt nog af te wachten. Voor de wetenschappelijke instellingen die nog op het federale niveau actief zijn gebleven sinds de tweede fase van de staatshervorming in 1980, hangt er in ieder geval meer dan gerommel in de lucht. Bij monde van de directeur van De Munt hebben de nationale culturele instellingen hun stem al luid laten horen, maar ook de federale wetenschappelijke instellingen (FWI) delen in de klappen.

In het regeerakkoord is een opvallend lang hoofdstuk gewijd aan Belspo, de Programmatorische Overheidsdienst (POD) die instaat voor het administratief beheer van de FWI en van de onderzoeksprogramma's die nog nationaal zijn gebleven, alsook aan de FWI zelf. Er staan enkele revolutionaire intenties in dit hoofdstuk vervat, maar de tekst blijft op vele punten vaag. We wachten vol ongeduld op de concrete invulling en de visie van onze nieuwe Staatssecretaris en staan uiteraard klaar om onze eigen ideeën, ambities en oplossingen kenbaar te maken en om in overleg te treden met de politieke overheid.

 

Daarnaast zijn er de drastische besparingen die de ministerraad ons, net als alle andere federale overheidsdiensten, oplegt. In 2015 moeten we 4% besparen op personeel en 20% op onze werking. In de daaropvolgende vier jaar wordt telkens nog eens met 2% in de dotaties gesnoeid. Voor de FWI die op het documentair terrein actief zijn, i.e. het Algemeen Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek van België en het Cegesoma (Studie- en documentatiecentrum Oorlog en hedendaagse Maatschappij), komen als gevolg daarvan hun wetenschappelijke opdrachten en hun publieke dienstverlening zeer ernstig in het gedrang. In wat volgt schetsen we kort welke concrete, dramatische gevolgen de besparingen zullen hebben voor deze kwetsbare instellingen die we zonder pretentie 'het geheugen van ons land' mogen noemen.

 

Het Rijksarchief  in België

Het Rijksarchief (RA) heeft 18 bewaarplaatsen, verspreid over het ganse land, en heeft onder meer als opdracht om archieven van diverse oorsprong duurzaam te bewaren en toegankelijk te maken voor onderzoek door de huidige en volgende generaties. Er zijn twee ambities die het RA sinds vele jaren koestert, nl. een nuttige bijdrage leveren tot de modernisering van de overheid (digitale overheid, open government) en de digitalisering van belangrijke onderdelen van het 'nationaal geheugen' realiseren.

 

Het regeerakkoord heeft de ambitie om tegen het einde van de legislatuur een 'digitale federale overheid' tot stand te brengen. Het stelt dat elke federale overheidsdienst 'af moet van de papierberg' en – terecht overigens – dat 'dit plaats zal vrijmaken, vele kilometers rekken zal afschaffen en, tegelijkertijd, zal bijdragen tot de bevordering van de verspreiding en de raadpleging van historische archieven bij en door het publiek'. De wettelijke opdracht van het Rijksarchief bestaat er nu net in historische archieven te selecteren en toelating te verlenen om documenten zonder enig administratief, juridisch, historisch of wetenschappelijk belang te vernietigen. Overal in ons land wordt er op die manier heel wat ruimte vrijgemaakt, wat aanzienlijke besparingen oplevert. Deze operatie beschermt dus het 'geheugen van het land', maar draagt ook bij tot een efficiënter bestuur. Indien de bestaande budgetten voor de uitbreiding en het onderhoud van de bewaarplaatsen van archieven niet worden gehandhaafd, zullen deze transfers niet langer mogelijk zijn. Indien het aantal medewerkers afneemt, wat al meerdere jaren het geval is, kan men natuurlijk niet verwachten dat het Rijksarchief de hele operatie van sorteren, rangschikken en overbrengen van vele kilometers dossiers nog versnelt. Wat betreft de elektronische archivering was het tot op heden – met de huidige middelen – niet mogelijk om alleen maar een correct onderzoek te voeren naar deze complexe kwestie en onze achterstand ten opzichte van andere landen in te lopen. Dit vereist immers een aanzienlijke investering, zowel in gekwalificeerd personeel als in IT-voorzieningen. In tegenstelling met wat vaak wordt aangenomen, zijn digitalisering en online dienstverlening niet gratis: ze hebben een prijs!

 

De opdracht van het Rijksarchief wordt alsmaar belangrijker en complexer, de te onderhouden infrastructuur neemt toe en de (digitale) klant wordt veeleisender, maar de budgetten worden steeds kleiner. De bijkomende besparingen realiseren kan enkel door verschillende rijksarchieven te sluiten, maar dat kan niet op één jaar tijd. Het kost immers ook geld om instellingen op te heffen.

 

De Koninklijke Bibliotheek van België

De Koninklijke Bibliotheek van België speelt een essentiële rol in het vrijwaren van het historisch, wetenschappelijk en artistiek geheugen van België. Ze voorziet de gemeenschap niet alleen van wereldvermaarde historische erfgoedcollecties, maar ook van alle Belgische en heel wat hedendaagse buitenlandse publicaties die alleen hier te vinden zijn. Als gevolg van deze nietsontziende structurele besnoeiingen met bijna 30% van onze budgetten wordt het onmogelijk om de essentiële opdrachten van de instelling en een kwaliteitsvolle dienstverlening voor iedereen nog te verzekeren met een minimum aan uitmuntendheid. We zullen aan onze basisactiviteiten moeten raken.

 

Op het vlak van de erfgoedcollecties van de Koninklijke Bibliotheek, waaronder zich wereldberoemde handschriften, prenten en kostbare incunabelen bevinden, wordt het volledige budget voor aankopen geschrapt. Dat zal ertoe leiden dat belangrijke vaderlandse patrimoniumstukken naar het buitenland vertrekken. Wil de regering nog meer Gruuthuse-handschriften naar het buitenland laten gaan?

 

We zullen onze deelname aan de preservering, de communicatie en de ontsluiting van het cultureel erfgoed van ons land niet meer ten volle kunnen verzekeren. En ook de voortzetting en het uiteindelijk welslagen van onze ambities waarmee we al een hele tijd aan de slag zijn en die concrete gestalte krijgen in de digitale ontwikkelingen, de ontsluiting van de collecties en de publiekswerking, komen heel erg in het gedrag!

 

Met de benoeming van een minister voor Digitale Agenda hoopte de Bibliotheek dat de regering bijzondere aandacht zou hebben voor de ontwikkeling van de digitale collecties in een instelling zoals de Koninklijke Bibliotheek, maar met de voorgenomen maatregelen kan de Bibliotheek niet langer deelnemen aan deze strategische ontwikkeling. Bovendien zullen we studenten, onderzoekers en uiteindelijk de hele bevolking niet langer toegang kunnen bieden tot de buitenlandse wetenschappelijke literatuur die onmisbaar is om wetenschappelijk werk te verrichten. We worden hier dus geconfronteerd met een radicale en eenzijdige afsluiting van de basistoegang tot kennis voor om het even wie.

 

Het Cegesoma

Bij het Cegesoma komt de werking van de gehele instelling in gevaar. De instelling is klein en relatief jong (opgericht in 1969). Nochtans speelt ze al meerdere decennia een centrale rol in het landschap van de hedendaagse geschiedenis: als internationaal gereputeerd kenniscentrum voor de donkere periode uit de geschiedenis van Europa en België in de voorbije eeuw, in het bijzonder m.b.t. de twee wereldoorlogen en de Koude Oorlog; als platform en contactpunt voor de collega's aan de universiteiten in Noord en Zuid en, tot slot, in toenemende mate ook als culturele speler met zijn publiekshistorische tentoonstellingen en publicaties.

 

Jaren van besparing en de niet-indexering van de personeelskredieten in de dotatie hebben de financiering van het personeel in vast dienstverband (niemand op het CegeSoma heeft een ambtenarenstatuut) helemaal uitgehold. Bij het CegeSoma zullen in 2015 alle opgebouwde reserves zijn uitgeput en rest er ons enkel nog een verwaarloosbaar werkingskrediet. In 2016 kunnen er alleen nog medewerkers worden ontslagen… van wie de ontslagvergoeding hoger ligt dan hun jaarsalaris. Als er dus niet wordt ingegrepen, dan staat het voortbestaan van het Cegesoma op het spel.

 

We zijn ambitieus en staan open voor alle mogelijke vormen van intelligente samenwerking op verschillende niveaus. Om echter te kunnen evolueren en groeien, om als federale wetenschappelijke instellingen de mogelijkheid te behouden om deze ambities te verwezenlijken, moet men investeren en niet nog verder snoeien!

We stellen daarom gezamenlijk en in alle klaarheid de volgende vraag: wenst de federale regering de documentaire instellingen, i.e. het Rijksarchief, de Koninklijke Bibliotheek van België en het CegeSoma, levenskansen te geven door ze op een stabiele manier te financieren? De nieuwe regering belooft in haar regeerakkoord om de subsidietoelagen aan de instellingen te evalueren en tegen medio 2015 opnieuw te implementeren. Wij kunnen enkel de hoop uitspreken dat bij die gelegenheid een oplossing wordt gevonden om de vernietigende gevolgen van deze lineaire besparingen ongedaan te maken of op zijn minst te verzachten en ons de kans te geven om vooruit te gaan!

 

Patrick Lefèvre
Algemeen directeur van de Koninklijke Bibliotheek van België

Rudi Van Doorslaer
Directeur van het Studie- en documentatiecentrum Oorlog en hedendaagse Maatschappij

Karel Velle
Algemeen directeur van het Algemeen Rijksarchief

 

www.kbr.be
www.cegesoma.be
www.arch.be

 

28 / 10 / 2014

 

 

  Terug