PDF Afdrukken E-mail

Tewerkstelling van Oost-Europese arbeidskrachten

Tewerkstelling van Oost-Europese arbeidskrachten in Duitsland en de bezette gebieden tijdens de Eerste Wereldoorlog

In zijn doctoraat onderzoekt Christian Westerhoff de Duitse arbeidsmarktpolitiek tijdens de Eerste Wereldoorlog, in het bijzonder met betrekking tot de arbeiders uit Oost-Europa en het Russische Rijk. Het doel van zijn onderzoeksproject is een beter inzicht te verkrijgen in de oorsprong en ontwikkeling van het fenomeen van de verplichte tewerkstelling. Omdat een vergelijking met de Duitse arbeidsmarktpolitiek in bezet België zich opdringt en omdat de Belgische bronnen een goede aanvulling bieden op het soms onvolledige Duitse bronnenmateriaal, werkt Christian Westerhoff sinds februari 2008 op het SOMA.


Verplichte tewerkstelling is een centraal kenmerk van beide wereldoorlogen. Nochtans wordt het vooral met de Tweede Wereldoorlog geassocieerd en slechts zelden met de Eerste. Toch werden reeds tijdens de Eerste Wereldoorlog arbeiders verplicht tewerkgesteld en verminderde de Duitse overheid sterk de bewegingsvrijheid met betrekking tot arbeid door de invoering van verplichtende maatregelen. De “Groote Oorlog” was dus een belangrijke eerste ervaring en 'voorbereiding' voor het Duitse arbeidsmarktbeleid tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Eerste Wereldoorlog. De aardappeloogst in bezet Oost-Europa
Duitse soldaten bewaken vrouwen bij de aardappeloogst in bezet Oost-Europa tijdens de Eerste Wereldoorlog (Foto 'Bundesarchiv Koblenz')


De achtergrond voor de massale inzet van vreemde arbeidskrachten binnen Duitsland tijdens de Eerste Wereldoorlog is het grote tekort aan arbeiders, veroorzaakt door de oorlogsomstandigheden. Reeds tijden de jaren 1890 zorgde de hoogconjunctuur in het Duitse Rijk voor een tekort aan arbeidskrachten. De mobilisatie voor het leger en de transformatie van een vredes- naar een oorlogseconomie verergerde de tekorten.


De bezette gebieden konden gebruikt worden als extra rekruteringszone. Omdat er echter te weinig vrijwillige arbeidskrachten gevonden werden, voerde de Duitse Reichsleitung in 1916 dwangmaatregelen in. Terwijl de Oberste Heeresleitung in het Rijk zelf een algemene arbeidsplicht probeerde in te voeren, werd in de bezette gebieden de Verplichte Tewerkstelling ingevoerd.

 

Deze politiek leidde in de verschillende bezette zones tot verschillende resultaten. In België boden er zich zeer weinig vrijwillige arbeiders aan en werden er daarom in de herfst van 1916 tienduizenden mannen met geweld naar Duitsland gedeporteerd. In de oostelijke bezette gebieden lag het aantal vrijwillige aanwervingen (van mannen én vrouwen) veel hoger, en vonden er nauwelijks gedwongen deportaties naar Duitsland plaats. In de Baltische gebieden, door de Duitsers Ober Ost genoemd, werd de lokale bevolking verplicht tot tewerkstelling in straten- en wegenaanleg en de landbouw, in de regio zelf, gedurende de volledige periode van bezetting.

 

Dit doctoraatsproject wil klaarheid te scheppen in de manier waarop de Duitse arbeidspolitiek in de verschillende regio's tot verschillende resultaten leidde. Daarbij worden vooral samenhangen en wisselwerkingen tussen enerzijds de arbeids- en bezettingspolitiek in Oost-Eruopa en anderzijds de economische en arbeidsmarktpolitiek in Duitsland zelf geanalyseerd.

 

Wat de Verplichte Tewerkstelling en deportatie van Belgische arbeiders betreft, bestaan er reeds enkele studies. De Duitse arbeidsmarktpolitiek in Russisch Polen en de Baltische gebieden is echter nauwelijks onderzocht. Dit is onder andere te wijten aan het bronnenmateriaal, dat vooral voor de Oostelijke bezette gebieden erg onvolledig is. Een vergelijking met België kan, dankzij het Belgische bronnenmateriaal en onderzoek misschien enkele lacunes verhelpen.

 

Het onderzoek wil, naast die specifieke onderzoeksthematiek, ook bijdragen tot het wijdere debat over de dynamiek van het ontstaan en de ontwikkeling van verplichte migratie en verplichte tewerkstelling en de bezettingspolitiek tijdens beide wereldoorlogen.

 

Het doctoraat komt tot stand aan het Max-Weber-Kolleg van de Universiteit Erfurt, en wordt begeleid door Prof. Dr. Wolfgang Reinhard (Max-Weber-Kolleg) en prof. Dr. Jochen Oltmer (Institut für Migrationsforschung, Universiteit Osnabrück).

 

Christian Westerhoff

  Terug