Home » Event » Eerste overzicht van enkele lopende onderzoeksprojecten van het CegeSoma

Eerste overzicht van enkele lopende onderzoeksprojecten van het CegeSoma

Op maandag 19 oktober gaven een aantal wetenschappers uit de vaste equipe en de tijdelijke projectmedewerkers van het CegeSoma aan hun collega’s een stand van zaken over de lopende onderzoeksprojecten. Deze interne presentatienamiddag was tevens een uitgelezen moment om de nieuwe gezichten (weliswaar achter mondmaskers) beter te leren kennen op het vlak van hun professionele bezigheden.

Eén van de verwachte resultaten van het ADOCHS-project (Auditing Digitalization Outputs in the Cultural Heritage Sector) is een gids voor de kwaliteitscontrole inzake digitalisering van patrimonium. Dit handboek is bestemd voor de digitaliseringsdiensten van de federale wetenschappelijke instellingen en heeft als doel methodologische hulpmiddelen aan te reiken om de kwaliteit van de gedigitaliseerde gegevens bij elke stap in het digitaliseringsproces te waarborgen. Daarbij kan elkeen die in dit proeces betrokken is, zijn werk beschouwen als onderdeel van een productieketen met een gemeenschappelijk doel. Sinds september 2020 werkt Chloé Brault aan dit handboek.
De eerste stap bestaat erin om de bestaande literatuur op dit vlak door te nemen om er een structuur uit af te leiden. Dit verloopt in twee fases. Eerst worden de theoretische en technische aspecten van digitalisering nader bekeken in het licht van de eraan verbonden uitdagingen, grenzen en perspectieven. Dan worden aan de hand van case studies concrete richtlijnen uitgewerkt om de kwaliteit van gedigitaliseerde beelden en hun metagegevens tijdens het hele proces te waarborgen.
De kwaliteitsgarantie van een digitaliseringsproject is immers niet alleen beperkt tot een a posteriori controle op de afgeleverde documenten. Het is de bedoeling om, door een handboek aan te bieden waarin theorie en praktijk samengaan, van de kwaliteitszorg een rode draad te maken die een goed projectbeheer vergt, rekening houdend met de menselijke, technische en procedureaspecten. Dat alles om op een realistische manier te beantwoorden aan de noden van de instellingen naar gelang hun mogelijkheden. Deze aanpak vereist dat men zich baseert op de gangbare praktijk bij de federale wetenschappelijke instellingen, meer bepaald het Cegesoma en de Koninklijke  Bibliotheek ; dat is de volgende stap in het uitwerken van het handboek.

Het project POSTWAREX ging in juni 2020 in het CegeSoma van start. Elise Rezsöhazy heeft zich sindsdien verdiept in een aantal erg rijke bronnen die tot nu toe weinig door historici onderzocht werden, om het macrojuridisch aspect van de terechtstellingspolitiek van het auditoraat-generaal te bestuderen. Het eerste deel van dit onderzoek heeft als doel het kader te begrijpen dat het auditoraat-generaal en de krijgsauditoraten ertoe gebracht heeft tussen 1944 en 1950 242 mensen ter dood te veroordelen en vervolgens te laten terechtstellen. Welke actoren waren daarbij betrokken ? Op welke wetten hebben ze zich gebaseerd ? Volgens welke procedures is dat alles verlopen ? Hoe werd de repressie gecoördineerd ?
Om al die vragen te beantwoorden bewaart het Rijksarchief twee fondsen over de militaire rechtspraak uit het Brusselse Justitiepaleis. De documenten die de Dienst voor Algemene Onderrichtingen en daarna de documentatiedienst van het auditoraat-generaal tussen 1944 en 1953 hebben verzameld, maken een analyse mogelijk van de politieke, juridische en erg praktische vragen in verband met de terechtstellingen, dank zij de vele formele en informele brieven, omzendbrieven, dienstnota’s en verslagen. Zo kunnen we vrij precies nagaan hoe de terechtstellingsprocedure tot stand kwam en welke zeer concrete, maar ook morele problemen rezen bij deze publieke executies. Uit de contacten tussen het auditoraat-generaal, de krijgsauditoraten, de ministeries van justitie en landsverdediging blijken de krachtsverhoudingen tussen de verschillende machten in een gespannen politieke context waarin de repressie centraal staat in het publieke debat. Deze archieven tonen overigens het belang aan van de coördinerende rol van het auditoraat-generaal, dat permanent in verbinding stond met de krijgsauditoraten die de repressie aan de basis leidden. Dank zij dit baanbrekend onderzoek kan het juridisch en politiek kader waarin de terechtstellingen plaatsvonden voortaan gereconstrueerd worden.

Aline Thomas bracht een update over het door de provincie Limburg aan het CegeSoma gegunde project ‘Provinciebestuur Limburg tijdens WO II – archiefinventaris en historisch onderzoek’. De eerste fase, waarin de archiefinventaris van het WO II-archief herwerkt en geüpdatet diende te worden en een inleiding op deze inventaris moest worden geschreven, is zopas afgerond. De problemen in de inventaris situeerden zich op twee niveaus: enerzijds stelden er zich eerder oppervlakkige problemen – ontbrekende of foute datering, ontbrekende nummering, enkele onbeschreven dossiers, niet geheel adequate namen van provinciale diensten en archiefvormers, spellingsfouten, dossiers die in verkeerde dozen zaten etc. – en anderzijds waren er op een dieperliggend niveau complicaties met betrekking tot de hiërarchische structuur van de inventaris. Die was aanvankelijk nogal wanordelijk en onoverzichtelijk waardoor het moeilijk was om een hiërarchisch beeld van het archief te schetsen.
Beide categorieën problemen konden passend worden opgelost. In de inventaris werden aanpassingen aangebracht en verschuivingen doorgevoerd zodat de ordening van de stukken, zowel thematisch als chronologisch, nu de taken en bevoegdheden van het provinciebestuur helder weerspiegelt. De hybride ordeningsstructuur is gebaseerd op de verschillende thema’s die tijdens de oorlog van groot belang waren, verweven met de daarvoor bevoegde provinciale diensten (die als archiefvormer optraden): regulering van prijzen en lonen; passieve luchtbescherming; voedselvoorziening en rantsoenering; steunverlening; Winterhulp; etc.
Deze herwerkte inventaris zal geïnteresseerden in historisch onderzoek naar het provinciebestuur van Limburg tijdens Wereldoorlog II alvast toelaten om efficiënter archiefmateriaal te vinden en op te vragen. Deze werkzaamheden zorgden er daarnaast ook voor dat we zelf een beter zicht kregen op de inhoud van en de logica achter de (samenstelling en oorsprong) van het archief. In de tweede fase van het project, het historisch onderzoek naar de rol van het provinciebestuur tijdens de oorlog, dat recent uit de startblokken is geschoten, komen die opgedane inzichten meer dan van pas.