Home » News » Les Enfants de la Collaboration of de archieven van de collaboratie ?

Les Enfants de la Collaboration of de archieven van de collaboratie ?

Archief Leo Vindevogel

Een uitzonderlijke promotiecampagne

Drie jaar na de Vlaamse reeks « Kinderen van de collaboratie » heeft de RTBF « Les Enfants de la Collaboration » uitgezonden, een documentaire van Tristan Bourlard en Anne-Cécile Huwart en een coproductie met RTBF/Les Gens. Zelden werd zoveel ruchtbaarheid gegeven aan een historische documentaire: bijna dertig krantenartikelen (on-line of in de papieren editie), verschillende radio-interviews, een toelichting tijdens het televisienieuws op de dag zelf van de uitzending. Moeilijk dus om deze gebeurtenis over het hoofd te zien. 361.869 mensen hebben trouwens de uitzending bekeken, meer dan 24 % van het totaal aantal kijkers.

Uitgezonden op Canvas

Het komt niet vaak voor dat een televisieprogramma dat in één gemeenschap werd uitgezonden, door de andere gemeenschap wordt overgenomen. Dat is wel gebeurd met « Les Enfants de la Collaboration ». De RTBF zond het programma uit in prime time en daarna werd het op 6 en 13 januari 2021 in twee afleveringen uitgezonden door Canvas. Voor Canvas was deze uitzending weliswaar logisch, na alle reeksen van « Kinderen van… ». Maar het feit op zich is zeldzaam genoeg om het te onderstrepen. De kijkcijfers lagen wel lager dan aan Franstalige kant, maar vallen toch nog mee (207.867 kijkers voor de eerste aflevering en 251.688 voor de tweede) gelet op de context: uitzendingen op een later tijdstip, de eerste aflevering werd uitgezonden op de dag van de bestorming van het Capitool, een bescheiden perscampagne, een volledig ondertiteld programma …

«Le regard d’historiens» verbannen naar het Auvioplatform van de RTBF

Aanvankelijk zou de documentaire een tweede deel krijgen, « Le regard d’historiens » (De blik van de historici) , zoals bij de reeksen van Canvas. De RTBF maakte een andere keuze en dit deel kan alleen maar bekeken worden op het Auvioplatform en de site van CegeSoma. Dit deel werd ook niet uitgezonden op Canvas.

De emoties die de getuigenissen teweegbrengen zijn zeker essentieel, maar ze volstaan niet als je de feiten in hun context wil begrijpen. We weten maar al te goed hoe groot de kloof kan zijn tussen de sociale voorstelling en de feiten zelf. Ook wordt er regelmatig op gewezen dat het grote publiek – en dan vooral de jeugd -  vrijwel niets weet over de Tweede Wereldoorlog. Toch moeten we vaststellen dat het ontbreken van dit deel over de historische context wel wat teleurstelling opriep, maar niet tot een echt debat geleid heeft, terwijl een van de doelen net was om de feiten opnieuw in hun context te plaatsen voor een beter begrip, vooral bij een « jonger » publiek. Onder de titel « Devoir de mémoire : la grande passoire » kwam journaliste en realisatrice Sylvestre Sbille in L’Écho van 2 januari 2021 terug op de documentaire; zij betreurde zowel het ontbreken van een debat na de uitzending als de gebrekkige kennis over deze periode bij de leerlingen van het secundair onderwijs, maar ze had het niet over de historische aanvulling bij de uitzending.

De terugkeer van de « oude demonen »

Enkele dagen geleden heeft de historicus Hervé Hasquin  - naar aanleiding van de polemiek over de opname van Staf De Clercq en August Borms in het overzicht van prominenten die bijgedragen hebben aan de emancipatie van het Nederlands en het Vlaamse volk in een speciale uitgave van het tijdschrift Newsweek – in de kolommen van Le Soir verklaard: « waarom zegt men niet dat er ook Waalse collaborateurs waren die regelrechte fascisten waren, terwijl het Vlaamse nationalisme in de collaboratie met de bezetter vooral een middel zag om zijn doel te bereiken ». De voormalige minister-president benadrukte de noodzaak om deze ‘nalatige’ geschiedschrijving te verklaren en aan de kaak te stellen. Het komt ons echter voor dat die nalatigheid niet overeenkomt met de realiteit, maar wel degelijk voortvloeit uit keuzes van de media. Al lang gaat het met alle controverses over het collaboratieverleden van prominenten zoals met een soufflé: veel deining, geschreeuw, polemieken en controverses en dan niets meer. De soufflé zakt in elkaar en verliest zijn aantrekkingskracht. De informatie geeft voorrang aan een scoop, het effect van de boodschap. Dat de politieke wereld nu toegang vraagt tot de archieven is geen gevolg van het uitzenden van « Les Enfants de la Collaboration », maar wel degelijk van de aanwezigheid van Staf De Clercq en August Borms in het magazine 50 jaar Vlaams Parlement. Maar de uitzending heeft wel geleid tot een aanzienlijk aantal aanvragen om toegang te krijgen tot de archieven, zoals Rijksarchivaris Karel Velle aanstipt: van de 89 aanvragen aan Franstalige kant in 2020 werden er 46 ingediend tussen 25 november (dag van de uitzending op de RTBF) en 31 december 2020. Er bestaat dus wel degelijk een sociale vraag naar en nood aan geschiedenis, aan een confrontatie met de echte feiten voorbij de emoties.

Een werk in de schaduw ?

Al vele jaren hebben historici werken gewijd aan de collaboratie en de gevolgen ervan. Maar bepaalde aspecten van die geschiedenis moeten nog behandeld worden. De archieven over de repressie hebben nog lang niet al hun geheimen prijsgegeven. Maar naast de polemieken en controverses kan er ook een sociale geschiedenis van het engagement geschreven worden, een geschiedenis van de gerechtelijke procedures en maatschappelijke verwachtingen die daarmee gepaard gingen. Hoe keken de tijdgenoten tegen die processen aan ? De eerste veroordelingen halen de voorpagina van de kranten, maar het proces van Léon Degrelle wordt slechts door zes journalisten gevolgd. Het publiek bestaat uit nauwelijks twintig mensen. Het is natuurlijk wel zo dat de beklaagde niet in levende lijve aanwezig is. Enkele maanden later, in september 1945, is de dood van Leo Vindevogel, burgemeester van Ronse en het enige parlementslid dat voor collaboratie wordt terechtgesteld, slechts een klein bericht waard op de voorpagina van de Nieuwe Standaard. Tien jaar later schrikt dezelfde krant er niet voor terug om deze veroordeling te vergelijken met de zaak Dreyfus. Deze complexe mechanismen kunnen niet teruggebracht worden tot een scoop of een emotionele woede-uitbarsting.

En morgen ?

Laten we hopen dat deze controverses het debat vooruit helpen. Of met andere woorden, dat het beheer en het consultatieproces van de archieven over de repressie in handen van het Rijksarchief blijven, maar dat het onderzoek en de verspreiding van de inzichten die daaruit voortvloeien een echte plaats krijgen daar waar het nodig is : in het onderwijs, in het publiek debat en in de geschiedenisboeken.

Chantal Kesteloot