Home » Project » Een nieuw onderzoeksproject: Het provinciebestuur Limburg tijdens Wereldoorlog II

Een nieuw onderzoeksproject: Het provinciebestuur Limburg tijdens Wereldoorlog II

Gerard Romsee, gouverneur van de provincie Limburg (1940), secretaris-generaal van binnenlandse zaken (1941-1944), 1942-1943 - Foto nr 32716, voorbehouden rechten.

Het optreden van Antwerps gouverneur Cathy Berx om de verspreiding van het coronavirus in te dijken gaf het provinciale bestuursniveau meer zichtbaarheid voor de burgers, die in normale omstandigheden niet zo nauw met de provincie in contact komen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog speelden de provinciebesturen een prominentere rol in het dagelijks leven van de bevolking. De provincies vormden bijvoorbeeld de draaischijf in het rantsoeneringssyteem en moesten de inwoners mee beschermen tegen luchtaanvallen.

Merkwaardig genoeg werd over het provinciale niveau tijdens de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig onderzoek verricht. Het valt dan ook toe te juichen dat de provincie Limburg het initiatief nam om onderzoek te laten uitvoeren over de geschiedenis van het provinciebestuur tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na een beperkte aanbesteding werd het onderzoek toegewezen aan het Rijksarchief/CegeSoma.

Archiefinventaris en historisch onderzoek

De opdracht valt uiteen in twee luiken. Het eerste omvat de aanvulling en herwerking van een bestaande, gedateerde inventaris van het archief WO II van het provinciebestuur.

Het tweede deel van de opdracht beslaat historisch onderzoek naar de rol van het provinciebestuur tijdens de bezetting en moet uitmonden in een geïllustreerde publieksgerichte tekst. Daarbij zal niet alleen aandacht uitgaan naar het functioneren van de provinciale administratie, maar wordt ook gefocust op de impact van het bestuur op de bevolking. Daarom zullen de nieuwe sociaal-economische taken van de provincie, op vlak van ravitaillering bijvoorbeeld, hier centraal staan.

De perspectieven voor het onderzoek zijn alvast veelbelovend: de archiefprospectie wees uit dat naast de gebruikelijke bronnen van formeel-administratieve aard (dienstorders, reglementen, interne richtlijnen, formulieren…) voldoende materiaal aanwezig is dat toelaat om het perspectief ‘van onderop’ in kaart te brengen (klachten van burgers, verslagen van controleurs over allerlei inbreuken op de reglementering). Omdat het project over tien maanden loopt, zullen de resultaten eerder exploratief van aard zijn en kan de geschiedenis van het provinciebestuur niet in al zijn aspecten onderzocht worden. Toch zullen we in elk geval een beter beeld krijgen van de rol van het provinciebestuur tijdens de bezetting.

Aline Thomas, master in de geschiedenis en taal- en letterkunde Nederlands-Duits (UGent), is met het onderzoek belast. Ze deed eerder al ervaring op bij Geheugen Collectief.