Foto nr 158641, 19e verjaardag van de oprichting van de fascistische militie, 1942 coll. Sipho, Rechten voorbehouden.

Het fascisme in de bibliotheek van het CegeSoma (1) : algemeen perspectief.

'Het fascism in de Bibliotheek van het CegeSoma (1): algemeen perspectief.' Onder die titel nodigen wij u uit om het twaalfde thema te ontdekken in onze reeks ‘Afspraken met de bibliothecaris’. Elk thema dompelt u onder in onze collecties en wordt geïllustreerd met een video en begeleidende tekst over de informatie erover in onze bibliotheek.

Bekijk de twaalfde video ‘Afspraken met de bibliothecaris: 12. ''Het fascism in de Bibliotheek van het CegeSoma (1): algemeen perspectief'.

 

Het communisme heeft, zoals in deze rubriek reeds is vermeld, in onze bibliotheek voortdurend aandacht gekregen, maar ook zijn aartsvijand, het "fascisme", heeft in de loop der jaren een opmerkelijke plaats in onze rekken ingenomen. En hoeft dat te verwonderen? Vanuit het oogpunt van een bepaalde benadering van de geschiedenis kan het fascisme - dat uit de "Groote Oorlog" is voortgekomen, zich erg oorlogszuchtig opstelde en door zijn excessen bij uitstek verantwoordelijk is voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog - niet anders dan de belangstelling wekken van historici, politicologen... en het brede publiek. Zijn spectaculair, gemilitariseerd karakter dat soms het aspect van een ‘politieke religie’ kreeg en grote mensenmassa’s bewoog, kon de belangstelling ervoor alleen maar aanwakkeren.

 

Als we ons beperken tot wetenschappelijke kringen, zien we dat - van toen het fascisme in het Italië van het Interbellum ten tonele verscheen tot in onze "postmoderne" tijd - verschillende "scholen" getracht hebben het "fenomeen fascisme" in kaart te brengen om de maatschappelijke of politieke betekenis ervan te achterhalen. Vanaf het begin hebben drie "klassieke" verklaringen met elkaar geconcurreerd. De liberale thesis, voor het eerst verdedigd door Benedetto Croce, zag het fenomeen als een eenvoudige voetnoot in de geschiedenis, die verband hield met een Italië dat nog niet hersteld was van de verkramping uit de Eerste Wereldoorlog, eerder dan het te interpreteren als een globale en autoritaire verwerping van de "filosofie van de Verlichting". Een andere opvatting, gebaseerd op historisch determinisme, bracht het fascisme in verband met de politieke en sociale toestand van het land waaruit het voortkwam. Er was dus fascisme voor landbouwstaten (Spanje, Roemenië, Polen, enz.) of semi-plattelandsstaten (Italië, Argentinië, enz.) en fascisme voor geïndustrialiseerde landen (Duitsland, Nederland, Frankrijk, België, enz.). De marxistische thesis, verkondigd door Karl Radek, Antonio Gramsci en andere Maksim Litvinovs, die in de jaren dertig en aan het eind van de Tweede Wereldoorlog redelijk veel succes had, zag er de uitdrukking in van een toppunt van crisis bij het "grootkapitaal", dat in een doodstrijd verkeerde en de laatste fase inging vóór het ontstaan van een "klasseloze communistische maatschappij"...
Vervolgens, na de wereldbrand en met de komst van de Koude Oorlog, hadden we de "Amerikaanse School" in navolging van Hannah Arendt en haar aanhangers, die de stelling verdedigde dat het fascisme moest worden gezien als een "veelvormig en vaag totalitarisme"  (H. Arendt, De oorsprong van het totalitarisme,1951). Nadien ziet men een fascisme zoals geïnterpreteerd door de sociale wetenschappen en de Frankfurter Schule, en geanalyseerd door de menswetenschappen en de psychoanalyse (in de jaren zestig en zeventig), met Wilhelm Reich als goed voorbeeld. Tenslotte is er vanaf de jaren negentig nog de postmoderne en zeer (overdreven?) gerelativeerde lezing van het fascisme. Dat deze laatste samenvalt met de ondergang van het Sovjetsysteem en de "dood van de ideologieën" is waarschijnlijk geen toeval.

In ieder geval heeft deze overvloed aan "scholen" en onderzoekers uiteindelijk een enorme massa aan geschriften over dit onderwerp opgeleverd, in positieve én negatieve zin. Grondige of daadwerkelijk vernieuwende analyses gingen hand in hand met stellingen die al duizend keer waren verkondigd en in gevulgariseerde vorm werden herkauwd door publicisten of politici. En het is in dit compacte maar ongelijke geheel dat de bibliotheek van het Centrum een zoektocht heeft gedaan, gebruik makend van haar traditioneel eclecticisme... en van gespecialiseerde bibliografieën.

Uiteindelijk werd het een rijke oogst, en slechts weinig klassieke werkstukken werden niet opgenomen. Vermelden we alvast Angelo Tasca (Naissance du fascisme : l’Italie de l’armistice à la marche sur Rome--1938), Pierre Milza (Le fascisme italien: 1919-1945-1980) en Hans Mommsen (Der Nationalsozialismus und die deutsche Gesellschaft-1991) die in het goede gezelschap verkeren van de beste werken van Fritz Stern (The Politics of Cultural Despair-1961), George Mosse (The Crisis of German Ideology. Intellectuals Origins of the Third Reich-1964), en Robert Paxton (The anatomy of Fascism - 2004).

En zo zijn er nog vele anderen, wier theorieën soms aanvechtbaar en/of sterk betwist zijn: we herinneren ons de "Historikerstreit" in Duitsland in de jaren zeventig en tachtig naar aanleiding van de wens van Ernst Nolte om het nazisme vooral te zien als een onhandig antwoord op het bolsjewistische terrorisme, evenals de heftige ruzie tussen Zeev Sternhell, voorvechter van de Franse oorsprong van het fascisme (La droite révolutionnaire 1885-1914-2000), en Michel Winock of Serge Bernstein. Daarmee hebben deze waardige vertegenwoordigers van de academische wereld aangetoond dat men zowel wetenschapper als geëngageerd mens kan zijn. En dat de as van het fascisme, net als die van het communisme, nog niet volledig zijn afgekoeld...