In memoriam Etienne Verhoeyen (1945-2026)

Op 19 juli 2026 overleed Etienne Verhoeyen op 80 jarige leeftijd. Etienne was correspondent van het CegeSoma, later geassocieerd onderzoeker, maar was ook anderszins betrokken bij verschillende activiteiten van het CegeSoma. Etienne Verhoeyen was vooral een eminent historicus van de Tweede Wereldoorlog en auteur van beeldbepalende publicaties over verschillende domeinen van de bezettingsgeschiedenis en de naoorlog.
Etienne Verhoeyen leek evenwel niet voorbestemd om historicus te worden. Hij studeerde aan de Rijksuniversiteit Gent Moraalwetenschap, een nieuwe studierichting die was opgericht in 1963/64 onder impuls van Leo Apostel en Jaap Kruithof. De opleiding moest leraren opleiden voor het hoger secundair onderwijs voor het vak ‘niet-confessionele zedenleer’ (moraal) dat een plaats kreeg in het officieel onderwijs na het schoolpact. Etienne behoorde tot een van de eerste generaties afgestudeerden in 1968 met een licentiaatsverhandeling over de politieke en sociale stellingnames in protestliederen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk sinds 1945. Hij schreef nog een boek over Gezin, commune en maatschappij, samen met Magda Michielsens en Chris Loones. Etienne werd leraar moraal, maar ontwikkelde een parallel carrièrepad dat hem naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zou leiden.
Naar de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog
Een eerste stap waren drie Courriers Hebdomadaires die hij voor de CRISP in 1974, 1975 en 1976 schreef over extreem rechts in België. Hij publiceerde bij het Masereelfonds over hetzelfde thema in 1981 samen met Frank Uytterhaegen een boek over 50 jaar rechts en uiterst rechts in België. Toen was hij al vier jaar aan de slag als wetenschappelijk medewerker bij de BRT (hij zou er later producer worden), waar hij intensief archiefonderzoek verrichtte om de programma’s over de Tweede Wereldoorlog van Maurice De Wilde te documenteren en te funderen.
Etienne Verhoeyen begon in die periode te publiceren over een van de thema’s waar hij naam zou maken : de economische geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de economische collaboratie. De Amerikaanse historicus John Gillingham schreef zijn doctoraat over Belgian Business in the Nazi New Order. Het werd in 1977 door de Jan Dhondt Stichting uitgegeven en gaf aanleiding gaf tot controverse en polemiek onder meer met de Leuvense economist Fernand Baudhuin. In 1979 verscheen bij de Leuvense uitgeverij Kritak een Nederlandse vertaling. Etienne Verhoeyen maakte enkele kritische annotaties bij feitelijke onjuistheden in het boek en schreef er een nawoord bij over de regering en het Galopin-comité, een centraal orgaan voor de sturing van de Belgische economie tijdens de bezetting. Het comité kwam aan bod in het boek van Gillingham, maar naar de smaak van Etienne besteedde de Amerikaan te weinig aandacht aan de verhouding met de regering. In het nawoord ging hij zelf in op die relatie. Hoewel het korte artikel van 16 p. vooral gebaseerd was op uitgegeven bronnen en slechts enkele archiefdocumenten is het ter zake, kritisch, genuanceerd en valt het verder op door de pertinente vragen die worden gesteld.
Etienne Verhoeyen had in het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis van 1978 al een uitgebreide kritische beschouwing aan het boek van Gillingham gewijd. Daarin wees hij op een aantal tekortkomingen en lacunes en verweet hij de auteur een gebrek aan nuance. Hij ging echter nog een stap verder door nieuwe onderzoekspistes aan te reiken – de continuïteit van de structuren tijdens een bezetting bijvoorbeeld – en methodologische benaderingen te suggereren, in dit geval een biografische benadering die hij illustreerde aan de hand van het – bijzonder goed gekozen – voorbeeld van Léon Bekaert. In 1986 publiceerde Etienne Verhoeyen in de Bijdragen een uitgebreid artikel over het Galopin-comité en de Galopin-doctrine en politiek van het minste kwaad van het comité, deels op basis van nieuw archiefmateriaal. Hoewel het artikel veertig oud is en er intussen archieven beschikbaar zijn gekomen die toen nog gesloten waren, blijft dit artikel nog altijd één van de must-reads voor wie over de economische geschiedenis van de bezetting werkt. Het is genuanceerd, sterk empirisch gefundeerd en vertrekt tegelijk vanuit een originele vraagstelling, met name de politieke sensibiliteit van Galopin en zijn groep.
Etienne Verhoeyen publiceerde over vele andere thema’s uit de bezettingsgeschiedenis en de vooroorlogse periode zoals bijvoorbeeld de financiering van de dagbladen De Schelde / Volk en Staat tussen 1929 en 1940. Hij verlegde tevens de focus naar de naoorlog met het boek over de Moord op Lahaut dat hij in 1985 samen met Rudi Van Doorslaer publiceerde bij Kritak. Etienne Verhoeyen droeg eveneens bij tot verschillende delen van de boekenreeks België in de Tweede Wereldoorlog die de uitzendingen van de BRT(N) over dat thema begeleidden.
Kortom, Etienne Verhoeyen had een brede expertise opgebouwd. Het is dan wellicht ook geen toeval dat hij in 1993 als eerste een synthese publiceerde over de geschiedenis van de bezetting (België bezet 1940-1944), die vanuit verschillende perspectieven belicht werd. Het boek werd een jaar later al naar het Frans vertaald. Het domein dat Etienne Verhoeyen evenwel het nauwst aan het hart lag was de geschiedenis van het verzet in het algemeen en van de inlichtingen- en actiediensten in het bijzonder.
De meer dan 87 werken en artikels van Etienne Verhoeyen geïnventariseerd in de bibliotheek van het CegeSoma omvatten immers niet alleen vele bijdragen over het verzet in België in 1940-1944, maar ook heel wat studies over de Belgische, Franse en Duitse politie- en geheime diensten van het interbellum tot de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. We vermelden hier vooral zijn diepgaande studie over de inlichtingendienst Marc, die in 1991 en 1992 werd gepubliceerd in de Cahiers/Bijdragen van het latere CegeSoma, en het in 2011 verschenen werk ‘Spionnen aan de achterdeur : de Duitse Abwehr in België 1936-1945’.
Etienne Verhoeyen was correspondent, later geassocieerd onderzoeker maar schreef ook recensies voor het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, sprak op de grote colloquia die het Centrum organiseerde in de jaren 1990, inventariseerde archief, zoals dat van de inlichtingendiensten Luc-Marc, Mill en Zéro, het archief van William Ugeux, en algemene dossiers van de Staatsveiligheid over de Belgische inlichtingen- en actiediensten tijdens de Tweede Wereldoorlog en schreef bijdragen voor BelgiumWWII. Het is trouwens dankzij hem dat de meeste van die fondsen en nog heel wat andere geïntegreerd werden in de collecties van het CegeSoma. Etienne Verhoeyen was bereid om zijn diepgaande kennis van de bronnen over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog te delen met anderen, zoals beginnende onderzoekers.
Etienne Verhoeyen laat een indrukwekkend oeuvre na van boeken en artikelen die richtinggevend zijn geweest en wellicht nog lang zullen blijven voor de Belgische historiografie over de Tweede Wereldoorlog en de naoorlog.