De moord op Julien Lahaut (2011-2014)

In 2011 begon het CegeSoma aan een door de Senaat gevraagd onderzoek naar de moord op Julien Lahaut. De volksvertegenwoordiger en voorzitter van de Kommunistische Partij van België werd op de avond van 18 augustus 1950 voor de deur van zijn huis in Seraing door twee onbekenden koelbloedig doodgeschoten. Het gerechtelijk onderzoek kon destijds de schuldigen niet aanwijzen en werd uiteindelijk in 1972 met een buitenvervolgingstelling afgesloten .
Een senaatsresolutie uit 2008 legde de opdracht van de wetenschappelijke studie precies vast: de identificatie van de daders en hun motieven, het verslag over het precieze verloop van de gebeurtenissen en de analyse van het gerechtelijk onderzoek. Tenslotte ook de wijze waarop, na de afsluiting van het gerechtelijk onderzoek, informatie over de zaak in de openbaarheid was gekomen. Ondanks de bevindingen van verschillende onderzoekers, in het bijzonder de historici Etienne Verhoeyen en Rudi Van Doorslaer in 1985, bleef er namelijk een waas van geheimzinnigheid rond de moord hangen. Het feit dat het gerechtelijk onderzoek er niet in geslaagd was de daders en/of opdrachtgevers van deze politieke moord te identificeren, deed uiteraard ook vragen rijzen.
De onderzoekers kwamen in 2014 tot de conclusie dat de moord gepleegd werd door leden van een privaat inlichtingennetwerk dat geleid werd door André Moyen. Door de verwevenheid tussen leden van het netwerk en officiële diensten, voelden die zich direct of indirect gedekt toen ze tot actie overgingen. Lahaut werd dus het slachtoffer van een collusionele dynamiek, die wortelde in de heetste jaren van de Koude Oorlog.
De resultaten van het onderzoek van Emmanuel Gerard, Widukind De Ridder en Françoise Muller zijn te vinden in de publicatie: Wie heeft Lahaut vermoord? De geheime Koude Oorlog in België, uitgegeven door Davidsfonds in 2015.